Cytologie Perifeer Bloed

 

Toepassingsgebied

- verificatie nauwkeurigheid automatische bloedplaatjes telling

- kwantitatieve bepaling van leucocyten populaties bij falen van auto-analyser
- eventueel kontrole van foutieve resultaten gegenereerd door auto-analyser

- diagnose hematologische maligniteit: acuut of chronisch leukemie, Myelodysplastisch Syndroom
- diagnose van een hereditaire leucocyten aandoening (vb.May-Hegglin anomalie)

- evaluatie cytopenie
- verworven anemie (vb hemolyse), leveraandoening, gecombineerde anemiŽn
- verworven trombocytopeniŽn
- plasmaceldyscrasiŽn
- erfelijke bloedplaatjesaandoeningen
- evaluatie hereditaire hemolytische aandoeningen
- hemoglobinopathien, thalassemie (vb. Hb SS,
b-thalassemie)
- enzyme deficiŽntie (vb. G6PD deficiŽntie)
- membraan defecten (vb hereditaire sferocytose)
- evaluatie aanwezigheid bacteriŽn, parasieten (bv. malaria, Borrelia)
- screening lymfoproliferatieve aandoeningen (infectieus versus maligne)

Richtlijnen Analyse Cytologisch onderzoek

Doel

Doel van de procedure is een uniforme werkwijze voor de cytologische beoordeling van bloed, zowel numeriek als beschrijvend aan te houden.
Aan de hand van de resultaten zal een bespreking en een besluit worden gerapporteerd aan de aanvrager.
Indien mogelijk zal in het besluit een antwoord op de vraagstelling worden geformuleerd.

Werkwijze

Beoordeel het bloeduitstrijkje macroscopisch en microscopisch (objectief. 10x en objectief. minimaal 50 x).
Voer een witte bloedceldifferentiatie (%) uit op ťťn May GrŁnwald Giemsa gekleurd preparaat, door 100 witte bloedcellen te tellen.
Beoordeel tevens de afwijkingen van de rode- en witte bloedcellen en de bloedplaatjes (objectief minimaal 50x).
Bon: Specifieke aanvragen RIL_000I_LAG_Richtlijnen.htm
- fragmentocyten: uitsluitend aantal fragmentocyten tellen
- pseudotrombopenie: volledig cytologisch onderzoek plus screening naar bloedplaatjesaggregaten op de drie bloeduitstrijkjes
- staven / segmenten: uitsluitend witte bloedceldifferentiatie

Stap 1: Macroscopische en microscopische beoordeling (objectief 10 x): algemeen
Beoordeel:
1. kwaliteit uitstrijkpreparaat
- uitstrijkje: goed uitgestreken? (te dik uitgestreken, te dun uitgestreken, Ö)
- kleuring van uitstrijkje: goed gekleurd? (verkeerde kleurtijden, onvoldoende gewassen,  buffer of gebruikt water te alkalischÖ)
2. verdeling van de cellen over het preparaat
- aanwezigheid van trombocytenaggregaten
- rouleaux vorming
- abnormale distributie van de witte bloedcellen
- opsporen van afwijkingen die in kleine hoeveelheden voorkomen (erytroblasten..)
3. selectie optimaal gebied voor verdere cytologische beoordeling
- zoek voor de differentiŽle telling en cytologische beoordeling een gedeelte van het preparaat waar de rode bloedcellen elkaar nauwelijks tot max. 50 % elkaar raken. Echter wel zodanig dat de cellen een betrouwbare cytologische beoordeling mogelijk maken. Telling te veel aan de randen van het preparaat geeft een minder representatief beeld door selectie.
Het preparaat kan best beoordeeld worden iets vanaf de rand verticaal naar beneden toe ťťn veld naar opzij en weer terug naar boven.

Voorbeeld scanning patroon 
 

Stap 2: Microscopische beoordeling (objectief minimaal 50 x) : differentiŽle  telling
Voor identificatie en classificatie van de cellen, zie Barbara J. Bain, Bone Marrow Pathology Third edition 2001, Blackwell Science en NCCLS document H20-A vol 12, no 1, reference leucocyte differential count (proportional) and evaluation of instrumental methods,  approved standard march 1992.
Differentieer de atypische lymfocyten indien geindiceerd
Tel het aantal erytroblasten wanneer aanwezig op 100 witte bloedcellen.
Indien er zeer weinig cellen aanwezig zijn op het uitstrijkpreparaat dient men de gedifferentieerde cellen met de nodige omzichtigheid (reserve voor differentiŽle telling) aan te geven.

Bloedcytologie: referentie waarden
 
Celsoort 1 dag 2 - 7
dagen
8 - 14
dagen
15 - 28
dagen
1 - 2
maand
2 - 3
maand
3 - 6
maand
6 - 24
maand
2 - 6
jaar
7 - 12
jaar
12 - 16
jaar
> 16 jaar
  %
Neutrofiele staafkernigen 5 - 12 3 - 9 0 - 8 0 - 8 0 - 5 0 - 5 0 - 5 0 - 5 0 - 5 0 - 5   0 - 5
Neutrofiele segmentkernigen                       35 - 79
Eosinofielen 2 2 4 3 3 3 3 3 3 2   0 - 6
Basofielen 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3 0 - 3   0 - 1
Lymfocyten 31   41 48 56 56 56 61 50 38 30 - 40 20 - 50
Monocyten 6   9 9 7 7 7 5 5 4   2 - 10
Stap 3: Microscopische beoordeling (objectief minimaal 50 x) : Bespreking van de afwijkingen van de verschillende cellijnen en relevante bevindingen

1. Bespreek de afwijkingen van de rode bloedcellen.

Screen 5 verschillende velden (obj. 50x) met ongeveer 1000 rode bloedcellen per veld.(gebruikte regel: indien aantal rode bloedcellen geteld op de straal van een 50x veld ongeveer gelijk is aan 18, liggen er ongeveer 1000 cellen per veld (18 X 18 X 3,14= 1017)). Beoordeel de rode bloedcellen naar onderstaande items.(semi-kwantificering morfologie-afwijkingen rode bloedcellen)
  Criteria groep  A groep  B groep  C groep  D groep  E
terminologie gradatie          
  zeldzaam   1 - 3 per 1000 rode bloedcellen*     aanwezig 
Licht exces 1+ alle rode bloedcellen zijn licht afwijkend, of 10 - 40 rode bloedcellen zijn matig/sterk afwijkend per 1000 rode bloedcellen 3 - 10 per 1000 rode bloedcellen 6 - 20 per 1000 rode bloedcellen 1 - 3 per 1000 rode bloedcellen
Matig exces 2+ alle rode bloedcellen zijn matig afwijkend, of > 40 - 125 rode bloedcellen zijn sterk afwijkend per 1000 rode bloedcellen > 10 - 20 per 1000 rode bloedcellen > 20 - 40 per 1000 rode bloedcellen > 3 - 7 per 1000 rode bloedcellen
Sterk exces 3+  > 125 rode bloedcellen zijn sterk afwijkend per 1000 rode bloedcellen > 20 per 1000 rode bloedcellen > 40 per 1000 rode bloedcellen > 7 per 1000 rode bloedcellen

afwijking

microcytair

macrocytair

hypochromasie

fragmentocyten

elliptocyten

traancellen

stomatocyten

bizarre rbc

polychromasie

echinocyten 

ovalocyten

schietschijfcellen

sikkelcellen

basofiele stippeling

Howell-Jolly bodies

ringen van Cabot

Pappenheimer bodies

rouleaux vorming agglutinatie

parasieten

 

anulocyten*

acanthocyten*

potloodcellen*

megalocyten*

sferocyten*

 

NB: zeldzaam enkel van toepassing voor *

 

2. Bespreek van de afwijkingen van de witte bloedcellen (myeloÔde reeks en lymfoÔde reeks)
 

Semi - kwantificering cytologie afwijkingen witte bloedcellen

criteria groep  A groep  B groep  C
gradatie  
aanwezig   aanwezig  
1+ alle granulocyten zijn licht afwijkend, of  6% - 20% ( >0,5/10 - 2/10) zijn matig tot sterk afwijkend   £ 20% ( <0,5/10 - 2/10) van de lymfocyten zijn afwijkend
2+ alle granulocyten zijn matig afwijkend, of > 20% - 50% ( >2/10 - 5/10) zijn sterk afwijkend   > 20% - 50% ( >2/10 - 5/10) van de lymfocyten zijn afwijkend
3+ > 50% ( >5/10) van alle granulocyten zijn sterk afwijkend   > 50% ( >5/10) van de lymfocyten zijn afwijkend
afwijking  
  toxische korreling
vacuolisatie
DŲhle bodies
hypogranulatie
pseudo Pelger-Huet vormen 
kernclumping
bizarre kernvormen
basofiel cytoplasma
anomalie van Alder
pseudo Chediak-Higaski korreling
anomalie van May-Hegglin
abnormale granulatie
Auerstaven
reuzevormen
ringvormen
hyposegmentatie
hypersegmentatie
hybride korreling (eosinofielen)
linksverschuiving
leuco-erytroblastaire formule
atypische lymfoÔde cellen
voorbeelden
CLL cellen
Hairy cellen
Prolymfocyten
Lymfoplasmocyten
Follicullair lymfoomcellen
Mantelcel lymfoomcellen
Splenisch lymfoomcellen
Sezary cellen
Geactiveerde lymfocyten*
Large Granular Lymfocyten**
*  geactiveerde lymfocyten  gradatie 1+: >10% - 20%
** Large Granular Lymfocyten: noteer vanaf 2+

3. Bespreek van de vertegenwoordiging en afwijkingen van de bloedplaatjes

Screen 5 verschillende velden (obj. 50x) met ongeveer 1000 rode bloedcellen per veld.(gebruikte regel: indien aantal rode bloedcellen geteld op de straal van een 50x veld ongeveeer gelijk is aan 18, liggen er 1000 cellen per veld 18 X 18 X 3,14= 1017), tel/schat het gemiddeld aantal bloedplaatjes per veld obj. 50x en beoordeel de morfologie van de bloedplaatjes (semi- kwantificering morfologie-afwijkingen bloedplaatjes)

criteria groep A     groep B groep  C
gradatie schatting gemeten BLP aantal(celteller) gradatie   gradatie
1 + 71 - 100 per 1000 rode bloedcellen > 350000 - 500000 1+ 6% - 20%  van de bloedplaatjes zijn afwijkend aanwezig*
2 + 101 - 120 per 1000 rode bloedcellen > 500000 - 600000 2+ > 20% - 50% van de bloedplaatjes zijn afwijkend
3 + >120 per 1000 rode bloedcellen > 600000 3+ > 50% van de bloedplaatjes zijn afwijkend
nl 31 - 70 per 1000 rode bloedcellen > 150000 - 350000    
1 - 21 - 30 per 1000 rode bloedcellen > 100000 - 150000
2 - 10 - 20 per 1000 rode bloedcellen > 50000 - 100000
3 - 0 - 9 per 1000 rode bloedcellen = of <  50000
  afwijking    
  macro/reuzebloedplaatjes bizarre vormen
hypogranulatie
bloedplaatjesaggregaten
geen bloedplaatjesaggregaten
* niet van toepassing voor
geen bloedplaatjesaggregaten

4. Bespreek de overige bevindingen zoals blasten, blastaire cellen, myeloÔde blasten, lymfoblasten, tumorale cellen, atypische cellen, andere bevindingen (gelyseerde cellen, kwaliteit preparaat),

Stap 4:Ken een code toe
Werkwijze code systeem
Stap 5: Besluit
De eindverantwoordelijke zal aan de hand van de vraagstelling, klinische gegevens, bloeduitslagen en de cytologische bevindingen in het perifeer bloed een besluit rapporteren aan de aanvrager.

terug